Er zijn zinnen die op het moment dat ze worden uitgesproken heel geruststellend klinken.
Dit is er één van.
Twee vrienden beginnen een onderneming. Ze vertrouwen elkaar blind. De één is commercieel sterk, de ander inhoudelijk. De eerste klanten komen. Er worden medewerkers aangenomen. De omzet groeit. De keukentafel wordt een kantoor. Het kantoor wordt een bedrijf.
En dan gebeurt er iets merkwaardigs.
De onderneming wordt steeds professioneler, maar de relatie tussen de oprichters blijft draaien op de afspraken van de keukentafel.
Dat gaat vaak jarenlang goed. Totdat het niet meer goed gaat.
Verschil van inzicht
Er ontstaat bijvoorbeeld een verschil van mening over dividend. De één wil geld uit de onderneming halen. De ander wil het investeren. Een zakelijk verschil van inzicht. Maar tijdens het gesprek blijkt er iets anders te spelen.
“Jij hebt makkelijk praten. Ik heb hier de afgelopen vijf jaar alles voor opzij gezet.”
Waarop de ander zegt:
“Alles? Wie heeft eigenlijk de klanten binnengebracht waardoor we überhaupt iets te verdelen hebben?” En daar is hij:
De onzichtbare boekhouding.
Iedere langdurige zakelijke relatie heeft er één. Daarin staan geen euro’s, maar offers, erkenning, loyaliteit en teleurstellingen. ‘Ik was er toen het moeilijk ging’. ‘Jij nam die beslissing zonder mij’. ‘Mijn netwerk heeft dit bedrijf groot gemaakt’. ‘Sinds jij CEO bent, doe je alsof ik voor jou werk’.
Het fascinerende is dat beide partners ervan overtuigd kunnen zijn dat hun eigen boekhouding klopt.
En misschien klopt die ook. Alleen verschillen de boekhoudingen per persoon.
Succes strooit zand in de ogen
We denken vaak dat conflicten ontstaan wanneer een onderneming slecht draait. Maar succes kan minstens zo ontwrichtend zijn. Bij een startup zonder geld is gelijkwaardigheid eenvoudig. Iedereen heeft niets. Maar zodra er iets te verdelen valt, ontstaan andere vragen. Wie heeft de meeste waarde gecreëerd? Wie mag de koers bepalen? Wie is eigenlijk de leider?
En wat als de één na vijftien jaar financieel onafhankelijk wil worden, terwijl de ander denkt dat het echte avontuur eindelijk gaat beginnen?
Mensen veranderen.
Dat is geen tekortkoming. Het is alleen lastig wanneer je zakelijke afspraken nog gebaseerd zijn op wie je tien jaar geleden was.
Samenwerking heeft onderhoud nodig
Een onderneming laat haar jaarrekening controleren. Er zijn functioneringsgesprekken, strategiesessies, IT-audits, verzekeringen en complianceprogramma’s.
Maar hoe vaak gaan twee aandeelhouders een middag zitten uitsluitend om hun onderlinge samenwerking te onderzoeken? Niet wanneer er ruzie is. Juist wanneer die er níét is. Dat is wat pre(ventieve) mediation interessant maakt.
Een mediator hoeft niet pas binnen te komen wanneer partijen niet meer met elkaar praten. Misschien is zijn grootste toegevoegde waarde wel aanwezig juist wanneer ze dat nog uitstekend kunnen.
Niet om problemen op te lossen.
Maar om vragen te stellen die zakenpartners elkaar zelf liever niet stellen.
Vind je nog steeds dat we gelijkwaardig zijn?
Wat doe ik waarvan jij al maanden denkt: kon hij daar maar eens mee ophouden?
Voel jij je voldoende gewaardeerd?
Willen we eigenlijk nog hetzelfde met dit bedrijf?
En de vraag die vrijwel niemand wil stellen zolang het goed gaat:
Wat spreken we af voor het geval één van ons hier ooit mee wil stoppen?
Dat zijn ongemakkelijke vragen. Maar ongemak is goedkoop. Een geëscaleerd aandeelhoudersconflict is dat zelden.
Het echte gesprek
Misschien maken we zakelijke relaties soms ingewikkelder dan nodig. We zoeken oplossingen in contracten, governance, procedures en juridische structuren. Die zijn belangrijk. Soms onmisbaar. Maar geen aandeelhoudersovereenkomst kan één ding vervangen: het echte gesprek.
Een gesprek waarin niet alleen wordt gesproken over omzet, strategie en targets, maar ook over vertrouwen, waardering, macht, ambitie en teleurstelling. Dat vereist moed.
Want het is aanzienlijk gemakkelijker om tegen je zakenpartner te zeggen dat de marge volgend jaar twee procent omhoog moet dan: “Ik heb de laatste tijd het gevoel dat dit steeds meer jouw bedrijf wordt.” Juist daar begint vaak het gesprek dat ertoe doet. Misschien zouden zakenpartners daarom regelmatig hun samenwerking een APK moeten geven.
Niet omdat de relatie slecht is. Om te voorkomen dat hij slecht wordt. Geen vergadering. Geen agenda met twaalf punten. Geen PowerPoint. Ga tegenover elkaar zitten. En begin eens met één vraag:
“Als we vandaag opnieuw zouden beginnen, zou jij het dan weer met mij doen?”
Als het antwoord onmiddellijk ja is: prachtig. Als het even stil blijft, is dat misschien nog waardevoller. Want dan is er eindelijk iets om over te praten.
Annemarie van Raay