Zodra het woord mediation valt, zie je soms iets gebeuren. Ruggen rechten zich, wenkbrauwen gaan omhoog en ergens in de verte klinkt een denkbeeldige alarmbel. Mediation? Zo erg is het toch nog niet?
Voor veel mensen voelt mediation als een zwaar middel. Alsof je toegeeft dat het conflict uit de hand is gelopen, dat de communicatie definitief vastzit of – erger nog – dat iemand ‘schuldig’ is. Terwijl beide partijen in werkelijkheid nog gewoon met elkaar praten. Nou ja, praten… Het gaat wat stroef, er wordt langs elkaar heen gesproken, maar hé: er is nog contact. Dus mediation? Dat is overdreven.
Daar komt bij dat mediation klinkt als iets formeels. Dossiers, regels, sessies met tissues op tafel. Sommige mensen vrezen dat hun positie verzwakt zodra ze ‘in mediation gaan’. Anderen denken dat het tijd kost, veel geld kost of verwachtingen schept die ze (nog) niet willen waarmaken. En laten we eerlijk zijn: niemand zit te wachten op het etiket ‘conflict’.
Maar wat als we het etiket er gewoon afhalen?
Want waar gaat het nu eigenlijk om? Niet om het woord mediation, maar om het gesprek; het echte, eerlijke gesprek. Waarbij een onafhankelijke derde helpt structuur aan te brengen, misverstanden blootlegt en voorkomt dat oude patronen het gesprek steeds kapen. Of die derde daarbij strategisch gebruikmaakt van mediationtechnieken, is voor partijen meestal bijzaak. Het gaat om beweging, om begrip en om werkbare oplossingen.
Dus als ‘mediation’ te groot, te zwaar of te spannend klinkt, dan doen we het anders: dan noemen we het toch gewoon geen mediation?
Ton Croiset van Uchelen